Voor medewerkers: office.com

Column: van Riëlle

Riëlle werkt als pedagogisch medewerker bij IRIS Opvang. Zij heeft een column geschreven over de situatie tijdens coronacrisis bij haar thuis. Ze woont in Kampen samen met haar man & kinderen. 

Laatst zat ik in een vliegtuig. Tijdens het opstijgen keek ik door het raampje naar beneden. Al snel werd de wereld kleiner en zag ik geen mens meer. Toen dacht ik bij mijzelf: “Wat kunnen we ons toch veel verbeelden. Na 5 minuten stijgen ben je al niet meer te zien vanuit een vliegtuig.” Het idee dat God ons wel blijft zien gaf mij een overweldigend gevoel. Maar hoe is het voor Hem om te zien dat wij met onze grote ego’s er zo’n puinhoop van maken op deze aarde? Eén bedreigend virus en we worden met zijn allen ineens met beide benen op de grond gezet. We zijn kwetsbare mensen die van alles willen en kunnen. Maar ook móeten willen en móeten kunnen. Omdat we het van onszelf verwachten óf omdat de maatschappij dat van ons verwacht. De maatschappij die het nu ook even allemaal niet meer weet….

En toen kwam de dag dat we thuis moest blijven wanneer je niet voldeed aan de gezondheid voorschriften van het RIVM. Gelukkig ben ik niet alleen. Ik heb een lieve man en vier schatten van kinderen.  Alleen zijn… dát zou mij het moeilijkst lijken in deze periode. Sterkte lieve lezer, wanneer dit jou aangaat.

Wij wonen dus met zijn zessen. En dat is ook een hele uitdaging. Geloof mij.

Op de eerste dag, met iedereen thuis, werd de woonkamer compleet overgenomen. De jongste dochter was ziek en nestelde zich lekker op de bank met haar kussen en dekbed. Gelijk was het aantal zitplekken gehalveerd. Mijn lieve man installeerde een bureau in onze niet al te grote woonkamer, waar een kast van een computer op kwam te staan. De eettafel werd door mijn zoon en oudste dochter ingenomen. Het was een kabaal van jewelste. Gezellig hoor, dat zeker. Tussen het huiswerk door werd er virtueel gekletst met vriendinnen en ook collega’s moesten middenin de kamer gebeld worden. En dat kan niet zachtjes. Blijkbaar gaat dat op het werk ook zo als er knopen doorgehakt worden. Dat moet duidelijk gebeuren en met veel volume. Ondertussen dacht de hond ook nog even een duit in het zakje te moeten doen. Want ja, keihard blaffen als de postbode aan de deur staat is een gewoonte. En sommige gewoontes moet je koesteren.

De middelste dochter trok zich terug op haar kamer. Ik gaf haar groot gelijk. De dag erna verliep bijna hetzelfde. Alleen was de jongste dochter (gelukkig) aan de beterende hand en vatte het plan op (toen ik even een boodschap deed) om een tent te maken in de kamer. Er werden kussens van boven gehaald en er moesten zeker ook een drietal stoelen om de tent heen gezet worden. Toen ik thuiskwam van de boodschap werd ik uitbundig begroet door al mijn geliefden. Zijwaarts manoeuvreerde ik langs de tent naar de keuken waar ik nog uitbundiger werd begroet door een vol aanrecht die mij toeschreeuwde dat hij opgeruimd wilde worden. Gelijk vroeg ik mij af waarom ik alleen die schreeuw hoorde. En toen was de maat vol. Op dag 2 al. Heel lief begon ik mijn schatten toe te spreken. Maar de frustraties liepen tijdens het gesprek hoger op en alle gezelligheid was ineens weg. Letterlijk weg… bijna iedereen zat binnen 10 minuten boven en ineens was het erg stil beneden. Eindelijk kon ik mijn eigen gedachten horen. Gedachten die varieerden van: “Wat een vervelende moeder kan je toch zijn”, naar: “Oh veel beter zo!”.

De dagen erna gingen een stuk beter. Maar stiekem mis ik nog steeds mijn ruimte. Want tijdens dit schrijven zit mijn man achter mij te grinniken, wanneer ik voor de 20e keer gestoord word door mijn oudste twee kinderen die nog niet zoveel tegen mama aan hebben kunnen praten en nu hun kans schoon zien omdat mama eindelijk even rustig zit. En dan de jongste die inmiddels 5 keer heeft gevraagd of zij nu op de laptop mag omdat we een tijd af hadden gesproken waar ik al behoorlijk over heen zit. Ik geef haar geen ongelijk. Maar soms wil je gewoon terug naar de tijd dat je zelf mocht weten wanneer je met je werk bezig ging. Gewoon omdat je dan de deur uit moest. En lekker de boel de boel kon laten om je aandacht even aan andere kinderen te geven.

Vanaf de bank krijg ik de vraag: “ Mam, wanneer we gaan eten?”. “ Bijna meisje, ik ben bijna klaar met schrijven.”

“Mam, mag ik je helpen met eten koken, ik hoef niet meer achter de laptop hoor.”

Geschreven door Riëlle van der Veen.
De gebruikte foto's hebben geen relatie met de column.

logo_paars.png
Europa-Allee 10B
038-3333898
info@irisopvang.nl

IRIS Opvang is onderdeel van
IRIS Christelijk onderwijs & opvang

Image
© Copyright 2022 Kamels. Alle rechten voorbehouden.

Zoeken